Verlaging pensioenen

Antwoorden op veelgestelde vragen.

Terug naar het overzicht
  • Kan een pensioenfonds zomaar de pensioenen verlagen?

    Een verlaging van de pensioenen is alleen aan de orde als de financiële positie van een pensioenfonds erg slecht is. Een pensioenfonds gaat daarbij ook nooit over één nacht ijs. Eerst zijn jarenlang andere maatregelen genomen om er weer financieel bovenop te komen. Deze maatregelen staan in het herstelplan en worden elk jaar goedgekeurd door toezichthouder De Nederlandsche Bank. Lukt het niet om weer financieel gezond te worden binnen de wettelijke termijnen, dan komt een verlaging van de pensioenen als laatste redmiddel op tafel. Eerder niet. Ons fonds heeft een herstelplan. Daarover leest u meer op deze website.

     

     

  • Hoeveel gaan de pensioenen omlaag in 2020?

    Dat weet nog niemand. Zekerheid daarover komt pas volgend jaar, omdat voor alle fondsen de stand op oudejaarsdag doorslaggevend is. Aan de hand van de dekkingsgraden op die dag kan het bestuur een percentage vaststellen.

    Dat percentage geldt meestal voor alle pensioenen bij een pensioenfonds. Soms is het eerlijker als er per doelgroep een ander percentage gebruikt wordt. Bijvoorbeeld als werknemers via de pensioenpremie al bijdragen aan het herstel van de financiële positie. Dan kan het zijn dat voor hen een ander percentage geldt dan voor oud-werknemers en gepensioneerden die geen premie meer betalen. Het bestuur verdeelt de lasten eerlijk en evenwichtig over alle betrokkenen. Hoe dat gebeurt, kan per fonds verschillen.

  • Wat merkt u hiervan?

    Werknemer

    Als u nog werkt, merkt u daar nu in uw portemonnee niets van. Maar later wel. U bouwt nog pensioen op, dus elk jaar komt er een beetje pensioen bij. Het totaal van al deze stukjes uit het verleden is uw opgebouwde pensioen. Dit opgebouwde pensioen kunt u zien op uw Uniform Pensioenoverzicht en in de beveiligde omgeving Mijn Pensioencijfers van deze website. Als een pensioenfonds de pensioenen verlaagt, gaat het opgebouwde pensioen met een percentage omlaag. Straks als u met pensioen gaat, merkt u het wel in uw portemonnee. Dan ontvangt u minder pensioen.

    Oud-werknemer

    Dat geldt ook voor mensen die uit dienst zijn gegaan. Zij merken nu in hun portemonnee niets van een verlaging. Maar later wel. Het pensioen dat zij na hun vertrek bij het pensioenfonds hebben laten staan, gaat omlaag. Straks als zij met pensioen gaan, merken ze het wel in hun portemonnee. Dan ontvangen zij minder pensioen.

    Gepensioneerde

    Bent u met pensioen? (Of nabestaande van iemand die bij het fonds pensioen had?) Dan ontvangt u elke maand een uitkering van het pensioenfonds. Als een pensioenfonds de pensioenen moet verlagen, dan gaat deze pensioenuitkering vanaf de verlagingsdatum omlaag. U merkt het dus direct in uw portemonnee. Stel: u hebt een pensioen van ons fonds van € 100 bruto per maand en het pensioen gaat 1% omlaag. Dan ontvangt u elke maand € 1 bruto minder.

    Vaak ontvangt u ook pensioen van andere organisaties, zoals AOW of Anw van de overheid, pensioen van andere pensioenfondsen of verzekeraars, of pensioen dat u zelf hebt gespaard (zoals lijfrente). Een verlaging bij ons fonds raakt deze pensioenen niet. Voor een overzicht van uw totale opgebouwde pensioen bij verschillende werkgevers én uw AOW van de overheid kunt u inloggen op de landelijke pensioenwebsite www.mijnpensioenoverzicht.nl

  • Is een verlaging te voorkomen?

    De politiek kan de spelregels veranderen of de rente kan stijgen. Maar we moeten eerlijk zijn. Het ziet er nu niet naar uit dat dat gebeurt. Mocht het over een aantal jaren weer veel beter gaan, dan kan het fonds besluiten om de pensioenen dan weer extra te verhogen om de verlagingen van dit moment ongedaan te maken.

  • Het Pensioenakkoord zou verlagingen toch voorkomen?

    Nee. Dat is niet juist. In het Pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt over wanneer fondsen de pensioenen moeten verlagen en over wanneer ze de pensioenen kunnen verhogen. In vergelijking met de huidige situatie betekent dit dat de regels voor het verhogen én verlagen van uw pensioen soepeler worden. Is de dekkingsgraad boven de 100%? Dan hoeft het fonds uw pensioen niet te verlagen. Het fonds mag uw pensioen wel verhogen. Is de dekkingsgraad onder de 100%? Dan moet het fonds uw pensioen verlagen, totdat de 100% weer bereikt is. Fondsen hoeven namelijk geen grote financiële reserves meer te hebben. Daardoor mogen ze uw pensioen eerder laten meestijgen met de prijzen. Maar als het economisch tegenzit, gaat uw pensioen ook eerder omlaag.

    Na het Pensioenakkoord zijn er nieuwe cijfers gepubliceerd waarmee fondsen hun financiële positie moeten berekenen. Die zijn strenger geworden. Daarnaast hebben we financieel geen goede zomer achter de rug, waardoor de financiële positie verder is verslechterd. De afspraken uit het Pensioenakkoord moeten nog worden uitgewerkt en daarna moet ieder fonds zelfstandig beslissen wat het met de nieuwe mogelijkheden van het akkoord gaat doen.

  • Kan de minister ervoor zorgen dat ons pensioen niet omlaag gaat?

    Nee, niet zo 1, 2, 3. Hij kan de spelregels veranderen waaraan pensioenfondsen zich moeten houden, maar dat kan hij niet zomaar doen. Daarvoor moet hij wetten aanpassen. En daarmee moeten de Tweede en Eerste Kamer akkoord gaan.

    Hoe komt dat?
    Pensioen is in Nederland een arbeidsvoorwaarde die sociale partners regelen. Sociale partners zijn werkgevers en werknemers in een bepaalde branche of bij een onderneming. Die maken de afspraken over hoe u pensioen opbouwt, hoeveel u opbouwt en hoeveel u ervoor betaalt. Dat leggen ze vast in een pensioenregeling. Het pensioenfonds of de verzekeraar voert de regeling uit. Dat doet de overheid dus niet. Wat doet de overheid wel? Die maakt de spelregels waaraan pensioenfondsen zich moeten houden en houdt daarop toezicht. Dat toezicht is ondergebracht bij De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

  • Het gaat goed met de economie. Waarom komt ons fonds toch geld tekort?

    Het is de vraag of we echt geld tekort komen. Pensioenfondsen hebben samen heel, heel veel geld. Het is bijna niet voor te stellen: € 1.600 miljard. Het vermogen van ons fonds op 31 december 2018 was € <bedrag >. Maar we moeten van de overheid een heel lage ‘rekenrente’ gebruiken. Daarmee berekenen we hoeveel geld we in kas moeten hebben om nu en in de toekomst alle pensioenen te kunnen betalen. Iemand die met 21 jaar begint met pensioen opbouwen, moet erop kunnen rekenen dat het fonds straks zijn pensioen kan blijven uitkeren zolang hij leeft. Ook als hij honderd jaar wordt.

    Sommige fondsen vinden de lage rekenrente verstandig. Daardoor geven ze geen geld uit dat ze straks misschien nog nodig hebben. Anderen vinden het onnodig voorzichtig. Zeker omdat de Europese Centrale Bank de rente laag houdt.

  • Als er genoeg geld is, waarom is er dan toch een probleem?

    Dat ligt aan de regels waarmee wij onze financiële positie moeten berekenen.

    Niemand kan in de toekomst kijken. U weet niet hoeveel rente u gaat krijgen op uw spaargeld. Wilt u bijvoorbeeld over 10 jaar een bepaald bedrag gespaard hebben? Dan moet u meer geld opzij zetten als de rente laag is. Pensioenfondsen beheren veel geld. Net als spaarders hebben wij dus veel last van de lage rente.

    Sparen is een klein deel van ons pensioenbeheer. Het meeste pensioengeld wordt belegd. Als u belegt, weet u niet hoeveel ‘winst’ (rendement) u gaat maken. Hoe zorgen we er toch voor dat we straks genoeg geld hebben om alle pensioenen te betalen? Door nu niet teveel uit te geven en een goede inschatting te maken van hoeveel rendement wij denken te gaan maken. We mogen onszelf niet ‘rijk rekenen’. Stel, we verdienen veel geld met beleggen. Dan kunnen we die ‘winst’ volgens de huidige rekenregels toch nog niet gebruiken om de pensioenen nu te verhogen. Dat geld gaat naar een buffer, zodat we later nog genoeg hebben voor jonge deelnemers. In juni zijn de rekenregels zelfs nog strenger geworden.

    Hoe groot onze buffer is, is te zien aan de dekkingsgraad. Hoe lager de dekkingsgraad, des te kleiner onze buffer. Als de dekkingsgraad te laag wordt, proberen we eerst andere maatregelen te nemen. Een verlaging van de pensioenen is het uiterste redmiddel.

  • Hoeveel geld moet het fonds opzij zetten om alles te kunnen betalen?

    De ministers Koolmees en Hoekstra hebben deze vraag in de Tweede Kamer beantwoord. Zij berekenden dat een pensioenfonds voor een pensioen van € 100 over twintig jaar:

    • op 31 december 1999 € 29 in kas moest hebben
    • op 31 juli 2019 € 91 in kas moet hebben

    De oorzaak van dit verschil is de lagere rekenrente.

  • Waarom is het nu moeilijk om geld te verdienen?

    Politieke en economische ontwikkelingen in de wereld en de lage rente spelen een belangrijke rol.

    We krijgen premie van u en uw werkgever. Dit geld beleggen we. Daarmee verdienen we het grootste deel van ons vermogen. Maar aan beleggen kleven risico’s. Beleggingen kunnen meer of minder waard worden. Daarom spreiden we ons vermogen over verschillende soorten beleggingen. Bijvoorbeeld aandelen waarbij we meer risico lopen en obligaties (= leningen) waarbij we minder risico lopen.

    Als het gaat om de aandelen, hebben we de afgelopen jaren goed verdiend. Maar door wereldwijde ontwikkelingen, zoals de Brexit en een dreigende handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China daalde deze zomer de waarde van aandelen.
    Fondsen beleggen ook veel in (staats-)obligaties. Dat zijn leningen aan landen. Superveilige beleggingen, zou u zeggen. Maar ze leveren op dit moment nauwelijks iets op. De rente die een fonds ontvangt voor een staatsobligatie is heel laag. Voor sommige obligaties moeten fondsen zelfs geld betálen. Dat is de zogeheten negatieve rente. Een land kríjgt geld als het geld leent. Toch beleggen pensioenfondsen hierin, omdat ze de obligaties nodig hebben om de risico’s van beleggen voldoende te spreiden.